LogopedieAfasie

Wat?

Afasie is een taalstoornis ten gevolge van een hersenbeschadiging (bv. door infectie, tumor of na een verkeersongeval). De taalstoornis mengt zich in het taalontwikkelingsproces van het taalleren en verstoort de taalaspecten die reeds verworden waren.

Kenmerken?

De kenmerken zijn zeer wisselend. Voornamelijk zijn het spreken en het schrijven verstoord. Het kind zal woorden weglaten, verkeerde woorden gebruiken en de woorden in een verkeerde volgorde zetten in een zin. Het is ook mogelijk dat het taalbegrip verstoord is.

Terugbetaling?

In totaal is maximum 4 jaar terugbetaling mogelijk (480 sessies van 30 of 60 minuten, te bepalen door patiënt en logopedist). Terugbetaling van het ziekenfonds gebeurt via een klassieke verzekering. Hiermee wordt ongeveer 75 % van het bedrag terugbetaald. Sommige ziekenfondsen verlenen aanvullende verzekering indien niet (meer) kan voldaan worden aan de criteria voor de klassieke verzekering.

Wat doet de logopedist?

Na ontslag uit het ziekenhuis, worden de meeste patiënten met afasie doorverwezen naar privé- logopedisten om hun behandeling verder te zetten. Na nauwkeurig taalonderzoek naar de mogelijkheden en de beperkingen van de patiënt, zal de logopediste een behandeling opstellen. Tijdens de behandeling wordt er gewerkt aan het begrijpen, spreken en schrijven van taal aan de hand van verschillende methodes en technieken. Het gebeurt ook dat andere communicatiemiddelen worden aangereikt, zoals een taalzakboek of een communicatieschrift. De logopedische behandeling is meestal van lange duur en vraagt inzet van de betrokkene en zijn omgeving. Aan de omgeving zullen tips gegeven worden rond het taalgebruik met de betrokkene.

Dysartrie (verworven spraakstoornis)

Wat?

Dysartrie is een articulatiestoornis, waarbij er sprake is van een stoornis in de spiercontrole. Bepaalde klanken of mondstanden kunnen noch bewust, noch onbewust gevormd worden. Deze spraakstoornis heeft invloed op de snelheid, timing en kracht van spraakbewegingen.

Kenmerken?

Dysartrie wordt gekenmerkt door een moeizame en onduidelijke uitspraak, waarbij vaak de tong en andere spieren verlamd zijn. Het is moeilijk om deze mensen te verstaan.

Terugbetaling?

In totaal is maximum 2 jaar terugbetaling mogelijk (480 sessies van 30 minuten). Bij een chronische spraakstoornis is er na 2 jaar verlenging per jaar mogelijk. Bij chronische spraakstoornissen zijn er 520 sessies mogelijk gedurende de eerste twee jaar. Nadien 260 sessies per jaar. Terugbetaling van het ziekenfonds gebeurt via een klassieke verzekering. Hiermee wordt ongeveer 75 % van het bedrag terugbetaald. Sommige ziekenfondsen verlenen aanvullende verzekering indien niet (meer) kan voldaan worden aan de criteria voor de klassieke verzekering.

Wat doet de logopedist?

Na observatie en nauwkeurig onderzoek, zal de logopedist behandeling geven voor de gestoorde onderdelen bij het spreken te stimuleren. Er kunnen oefeningen gedaan worden om de ademhaling, stem, weerklank, uitspraak en/of zinsmelodie te verbeteren en te leren controleren. Afhankelijk van de aard en omvang van het spraakprobleem, worden er bijvoorbeeld mondmotorische oefeningen gedaan om de verschillende articulatoren te stimuleren (kaak-, lip-, zuig- en slikoefeningen).

Orale/verbale apraxie

Wat?

Apraxie is een spraakstoornis ten gevolge van een hersenletsel (CVA, tumor, trauma, etc.), veroorzaakt door een belemmering in de programmering van de spraakspieren en de opeenvolging van de spraakbewegingen bij bewuste productie van klanken. Apraxie situeert zich tussen afasie en dysartrie. Deze stoornis komt vaak voor samen met afasie.

Kenmerken?

Bij apraxie is het voor de persoon in kwestie onmogelijk om bewust spraakbewegingen uit te voeren (bv. tong uitstreken, mond openen, etc.). Onbewust lukt dit wel. Het is moeilijker om dingen te benoemen en te imiteren dan spontaan te spreken. Soms lukt het om een bepaalde klank uit te spreken, terwijl dit op een ander moment weer niet lukt. De persoon is zich bewust van de fouten die hij/zij maakt, maar heeft zeer veel moeite om deze te corrigeren.

Wat doet de logopedist?

Na observatie en nauwkeurig onderzoek, zal de logopedist gerichte behandeling geven. Zo zal er bijvoorbeeld gewerkt worden aan het verbeteren van de beweeglijkheid van de spraakorganen a.d.h.v. lip-, tong- en verhemelteoefeningen. Het klanksysteem wordt ook bevorderd en verder uitgebreid. Eerst worden korte en gemakkelijke woorden terug aangeleerd en daarna pas de lange en moeilijke woorden. Het is belangrijk dat er veel geoefend wordt en dat dezelfde oefeningen frequent herhaald worden (d.w.z. ook frequent oefenen in de thuisomgeving). De logopedist geeft ook tips en advies aan de omgeving van de patiënt met apraxie om het begrijpen te bevorderen en het spreken te stimuleren. Optimale communicatie tussen de patiënt met apraxie en zijn omgeving is een belangrijk doel van de logopedische begeleiding.

Wat?

Een primaire taalstoornis wordt gekenmerkt door een vertraagde taalontwikkeling. De taalstoornis staat op zichzelf en kan dus niet verklaard worden door een mentale achterstand (laag IQ), emotionele of gedragsproblemen, een verminderd gehoor, duidelijk aanwijsbare neurologische afwijkingen of andere ontwikkelingsproblemen.

ð  Opgelet bij twee- of meertaligheid!Hierbij is het belangrijk erop te wijzen dat twee- of meertaligheid eveneens niet de oorzaak kan zijn van een primaire taalstoornis. Enkel wanneer zowel in de moedertaal als in het Nederlands moeilijkheden aanwezig zijn, kan er gesproken worden van een primaire taalstoornis. In dit geval is logopedische therapie aangewezen. Als ouder is heeft u hierbij een belangrijke taak: wees hierop attent en vraag u af hoe goed uw kind beide talen beheerst. Als de taalproblemen zich voordoen in beide talen, kan u met ons contact opnemen.

Kenmerken?

Vaak begint een kind met een taalprobleem pas te spreken vanaf de leeftijd van 2 jaar. Zowel op vlak van begrijpen als op vlak van spreken zijn er moeilijkheden. Vaak is er een achterstand wat betreft woordenschat, zinsbouw en vervoegingen.

Terugbetaling?

In totaal is er maximum 2 jaar terugbetaling mogelijk (384 sessies van 30 of 60 minuten). Hierbij mag er geen mentale achterstand zijn (normaal IQ) en moet het kind normaalhorend zijn.

Wat doet de logopedist?

Allereerst voert de logopedist een taalonderzoek uit bij het kind. Op grond van dit onderzoek kunnen behandeldoelen geformuleerd worden voor de expressieve en/of receptieve taalvorm, taalinhoud en/of het taalgebruik.

Afhankelijk van het soort problemen dat het kind heeft, zal er gewerkt worden aan:

  • Inoefenen van pragmatische taalvaardigheden: communicatieve functies (wensen uitdrukken, gevoelens uiten, iets benoemen, iets expliciet uitleggen etc.)
  • Uitbreiden van de geringe passieve en actievewoordenschat a.d.h.v. alledaagse thema’s zoals eten en drinken, dieren, wonen, school, feestdagen, seizoenen etc.
  • Aanbrengen en inoefenen van morfologische vaardigheden (vervoegen van werkwoorden, verkleinwoordvorming, meervoudsvorming, verbuigen van adjectieven etc.)
  • Aanbrengen en inoefenen van syntactische vaardigheden (opbouwen van zinnen met onderwerp, persoonsvorm en lijdend voorwerp en/of bijwoordelijke bepaling, vormen van een correcte vraag etc.)

De logopedist zal ook de ouders begeleiden door het geven van advies en tips om in het dagelijkse leven toe te passen. Liefst in zoveel mogelijk situaties uit het dagelijks leven werken aan de taal van het kind (thuis, op school, tijdens activiteiten in vrije tijd,…). Daarom is het belangrijk dat het Nederlands niet alleen gesproken wordt in de therapie- en schoolomgeving, maar ook in de thuisomgeving. Enkel wanneer ouders en leerkrachten eveneens aandacht schenken aan de taalstimulering bij het kind, heeft het kind de meeste kans op vooruitgang. Twee keer een half uurtje in de week therapie is onvoldoende voor verbetering!

Achterstand in voorschoolse vaardigheden

Wat?

Een achterstand in de voorschoolse vaardigheden wordt opgemerkt in de kleuterklas. Hier worden reeds auditieve en visuele basisvaardigheden aangeleerd die belangrijk zijn voor het ontwikkelen van de lees-, schrijf- en rekenvaardigheid. Enkele voorbeelden zijn het klappen van woorden in letters of lettergrepen, rijmen, visueel en auditief kunnen onderscheiden van verschillende klanken, tellen, letterherkenning, etc.

Terugbetaling?

Dit probleem wordt niet erkend als op zich staande stoornis. Hiervoor wordt er geen terugbetaling gegeven.

Wat doet de logopedist?

De logopedist zal de basisvaardigheden opnieuw aanbrengen, inoefenen en herhalen met de kleuter a.d.h.v. speelse oefeningen.

Problemen met lezen/dyslexie, schrijven/orthografie, rekenen/dyscalculie

Wat?

In de lagere school krijgen veel kinderen te maken met problemen op vlak van lezen, schrijven of rekenen. Wat betreft lezen past vaak het AVI-niveau niet bij de didactische leeftijd van het kind. Dit kan liggen aan het leestempo, aan de leesfouten of aan een combinatie van beide. Voor spellen is het soms zo dat bepaalde kinderen de basisspelling moeilijk onder de knie krijgen (bv. ng/nk, d/t, ei/ij, au/ou, verenkelen en verdubbelen, etc.). Ook wat betreft rekenen blijven veel kinderen worstelen met de basis (bv. optellen en aftrekken tot 100 met de brug, maal- en deeltafels, etc.), waardoor ze het moeilijk krijgen wanneer de leerstof complexer wordt. Mogelijks hebben ze ook problemen op vlak van breuken, kloklezen, geldrekenen, etc. Een combinatie van leerproblemen komt ook geregeld voor (bv. zowel een probleem met lezen als met schrijven).

Terugbetaling?

In totaal wordt maximum 2 jaar therapie terugbetaald.

Wat doet de logopedist?

De logopedist bepaalt het lees-, spellings- of rekenniveau waarop het kind zich bevindt door testen af te nemen. Aan de hand hiervan kan de logopedist een behandelingsplan opstellen dat past bij de problemen en noden van het kind. Afhankelijk van het probleem, wordt er gewerkt aan:

  • Lezen: remediëren van leesfouten (b/d-verwarring, m/n-verwarring, omwisselen van letters binnen woorden, weglaten van letters/ woorddelen/ woorden, …) en opdrijven van het leestempo.

  • Spellen: het remediëren van spellingsfouten (ei/ij-verwarring, ou/au-verwarring, ng/nk, verenkelen en verdubbelen, cht/gt, etc.) a.d.h.v. oefeningen op woord-, zins- en tekstniveau. Hierbij worden de spellingsregels herhaald, ingeoefend en toegepast. Onthoudwoorden worden opnieuw aangebracht en ingeoefend.

  • Rekenen: herhalen van basisvaardigheden (tellen, terugtellen, in volgorde zetten van getallen, etc.), herhalen van getallenkennis tot 10/100/1000, herhalen en inoefenen van bewerkingen tot 10/100, herhalen en inoefenen van breuken, etc.

Wanneer deze problemen na een periode van intensieve therapie (minimum 6 maanden) hardnekkig aanwezig blijven, kunnen we spreken van een stoornis. De diagnose van dyslexie, dysorthografie of dyscalculie kan dan gesteld worden in samenspraak met ouders, school en CLB.

Wat?

Wat betreft articulatie- of uitspraakproblemen kan er een onderscheid gemaakt worden tussen een fonetisch probleem en een fonologisch probleem. Een fonetisch probleem betekent dat bepaalde klanken niet correct worden uitgesprokene. Er zijn meestal ook problemen met de motoriek. Bij een fonologisch probleem worden delen van woorden weggelaten, worden klanken vervormd of worden klanken vervangen door andere klanken.

Terugbetaling?

Bij schisis: er voorschrift maximaal 1 jaar, waarbij kinderen tussen 0 en 2 jaar recht hebben op 30 sessies. Kinderen en jongeren tussen 3 en 19 jaar hebben recht op 8 x 75 sessies waarbij ze max. 75 sessies per jaar voorgeschreven krijgen (dus max. 8 jaar in totaal). Voor andere articulatietherapie is er terugbetaling mogelijk via aanvullende verzekering.

Wat doet de logopedist?

Bij een fonetisch probleem wordt de tongplaatsing correct aangebracht en ingeoefend (bv. bij lispelen). Het kan ook nodig zijn dat de motoriek wordt getraind (bv. bij een [r] die onvoldoende trilt). Bij een fonologisch probleem wordt het gehoor in eerste instantie getraind. Hierna wordt aangeleerd om de uitspraak systematisch correct toe te passen.